In onze winkels vind je een grote collectie aan stofsoorten waaruit je kan kiezen. Maar wat is nu exact het verschil tussen al deze stoffen en hoe maak je de juiste keuze voor jouw situatie? Wij hebben alle belangrijkste info voor je onder elkaar gezet... Zo kun je voorbereid op pad!

 

Kies je voor natuurlijk of synthetisch?

Het ontstaan van een stof, begint bij een vezel. Bij vezels kun je onderscheid maken in natuurlijke en niet natuurlijke/synthetische vezels.

Bij natuurlijke vezels hebben wij het vaak over katoen en linnen die beiden een plantaardige basis hebben. Het voordeel van een natuurlijke vezel is dat deze zich gemakkelijk laat verven, goed ademt, niet zweet en brandvertragend is. Het nadeel is dat het sneller vocht opneemt en daardoor moeilijker te reinigen is. Daarnaast is een natuurlijke vezel gevoeliger voor licht en daardoor verkleuring.

De meest bekende synthetische vezels zijn polyester, nylon, polyurethaan en polypropeen. Synthetische vezels zijn kortgezegd eigenlijk niet meer dan verschillende stoffen die op moleculair niveau zo verbonden zijn dat een materiaal ontstaat waaruit vezels gemaakt kunnen worden. Het voordeel van een synthetische vezel is dat deze minder vocht doorlaat en hierdoor ook minder gevoelig is voor vlekken. Ook is deze vezel minder gevoelig voor licht en verkleurt hij dus minder snel.

Vezels worden vervolgens gesponnen tot garen.


 

Weven of breien

Wanneer de vezels zijn gesponnen tot garens dan kun je deze weven of breien.

Weven is een proces waarbij verschillende draden geknoopt worden tot een stof. Doordat de stof wordt geknoopt is een geweven stof stugger en beter bestand tegen plooivorming. Het nadeel is dan wel dat hij gevoeliger is voor draadbreuk en scheuren.

Bij breien gebruik je een enkele draad die gelust wordt tot een stof. Door dit proces is de stof elastischer in tegenstelling tot een weefsel maar hierdoor meteen ook gevoeliger voor plooivorming. Ook is deze beter bestand tegen draadbreuk en scheuren. Aangezien een breisel uit een enkele draad bestaat, rafelt deze tevens niet.

Om een brei -of weefsel te herkennen zoekt u naar onderstaande patronen in de stof.


Verfmethoden

Bij het verven van stoffen zijn er drie verfmethoden; stukverf, garenverf en prints.

Bij stukverven wordt de stof in zijn geheel door een kleurbad gehaald waardoor er een effen/unikleur ontstaat. Dit is een snelle manier van het kleuren van de stof.

Garenverven wil zeggen dat de garens los geverfd worden voordat zij tot stof worden gemaakt. Door deze manier van verven kunnen verschillende kleuren garen tegelijk worden gebruikt waardoor kleurpatronen mogelijk zijn.

Printen is een methode waarbij kleuren en patronen op een stof worden geprint. Dit gebeurt in de regel door een sublimatie-printer. Een sublimatie-printer zet een vaste stof, door verhitting, direct om in gasvorm waardoor de kleuren diep tot in de vezel van de stof doordringen. Hierdoor is een print, kleur- en slijtvast.


De achterkant; coating of backing

De achterzijde van de stof krijgt soms nog een extra stevigheid mee d.m.v. coating of backing.

Bij coating wordt gebruikt gemaakt van een machine die veel verschillende naalden tegelijkertijd in de stof schiet en zo een extra versteviging aan de achterkant van de stof naait.

Bij backing wordt onder hoge druk een laag van vezels (bijvoorbeeld microvezel of microleder) tegen de stof gelijmd.


Het testen van de stoffen

Bij het testen van stoffen wordt met name gekeken naar Martindale, Pilling, Plooivorming en verkleuring.

Martindale test de slijtweerstand van de stof. Een speciale machine wrijft hierbij een viltstaaltje over de stof, totdat de draad van de stof breekt. Bij deze test wordt echter ook gekeken naar hoe de stof eruitziet na een aantal rubs (wrijvingen). Het kan hierbij best zo zijn dat een stof met een hogere Martindale waarde, er na een x-aantal rubs minder goed uitziet dan een stof met een lagere Martindale waarde. Hieruit kan dus geconcludeerd worden dat Martindale zeker niet alles zegt over de kwaliteit van de stof (alle stoffen boven de 20.000 rubs zijn in principe prima). Er dient dus naar meerdere factoren gekeken te worden om zo goed mogelijk te voldoen aan de eisen van de klant.

Pilling van de stof ontstaat door losse vezels die door een draaibeweging gaan vilten ofwel bolletjes vormen. Dit gebeurt door externe factoren zoals:
- Statische lading
- Intensief stofzuigen
- Jeansbroeken
- Intensiteit van gebruik
- Winter (verwarming/droogte)
Voorkomen is altijd beter dan genezen maar mocht er onverhoopt toch pilling onstaan op de stof, is deze te verwijderen met een elektrisch pilling apparaat.

Normale plooivorming zorgt voor een juist zitcomfort. Verder is dit voornamelijk afhankelijk van:
- De rek van de stof (gebreid of geweven)
- Hoe vast het meubel gestoffeerd is
- Breedte van de zit
- Intensiteit van gebruik
Plooivorming is bij losse kussens te minimaliseren door deze regelmatig op te kloppen. Ook is het belangrijk om nooit op de zittingen gaan staan.

Verkleuring komt eerder voor bij stoffen op natuurlijke basis dan synthetische stoffen en is te voorkomen door het meubel niet in direct zonlicht te plaatsen.


Tot slot; wat handige tips

Hieronder een opsomming van een aantal handige tips bij gebruik en onderhoud van meubels.
- Gebruik bij stofzuigen het speciale meubelmondstuk en zet de stofzuiger altijd op een milde stand
- Bescherm de stof tegen indringend vuil en vocht met een protectievloeistof
- Gebruik geen geurverfrissers, deze kunnen een chemische reactie veroorzaken.
- Voor het verwijderen van een vlek op een meubel zonder vlekbeschermlaag kun je lauwwarm water gebruiken. Bevochtig de vlek licht d.m.v. voorzichtig deppen met een schone doek. Is de vlek niet weg? Raadpleeg dan onze winkel of klantenservice voor advies over bijvoorbeeld een vlekkenspray.
- Er bestaan speciale meubelborstels voor het recht strijken van stoffen met opstaande vezels (vleug).